25 jaar SVLJ: interview met Jan Willem de Pater
Jan Willem de Pater kwam in 1982 bij het Nicaragua Komitee Leiden (NKL) terecht als: “één van de linkse romantici. In die tijd was Somoza er net uitgekeild en de revolutie net afgelopen. Er waren veel Nicaragua Kommittees in Nederland, voornamelijk vanwege de romantische ideeën die mensen hadden.” Een jaar later bleek het mogelijk om een stedenband tussen Leiden en een Nicaraguaanse stad op te richten: “toen heeft Carel van Ingen van de gemeente Leiden met het NKL contact gezocht om dat voor elkaar te krijgen.” Het NKL vond zichzelf te klein en te amateuristisch om een eigen stedenband aan te gaan en is daarom aangehaakt bij de bestaande stedenband tussen Den Haag en Juigalpa, de Stichting Invulling Stedenband (SIS). Na een aantal jaar, in 1988, werd de stedenband tussen Leiden en Juigalpa een feit.

In die tijd organiseerde het NKL tal van activiteiten, waaronder een jaarlijkse collecte. Een ander hoogtepunt was het bezoek van een tweetal meesters uit Juigalpa die een week of 3 in Leiden verbleven, verschillende Leidse scholen bezochten en bij onder anderen Jan Willem thuis logeerden. Jan Willem was toen nog nooit in Nicaragua geweest en vond het na dit bezoek hoog tijd om dat te gaan doen. In 1997 nam hij deel aan een bouwbrigade waarbij hij niet alleen mee hielp bouwen maar tevens zijn levenspartner Marisela ontmoette. In 1999 nam hij nogmaals deel aan een bouwbrigade en hij is toen blijven plakken: “op 1 januari 2000 heb ik ontslag genomen en twee maanden later ben ik in Juigalpa gaan wonen. Dat is nu 13 jaar geleden.” In Juigalpa richtte Jan Willem het softwarebedrijf Tamanes Software op en verricht regelmatig op freelance basis opdrachten uit voor zijn voormalige Nederlandse werkgever. “Rond de tijd dat internet echt groot werd ben ik naar Juigalpa gegaan. Ik had veel geluk dat het daarvoor voor mijn werk niet zoveel uitmaakt waar ik ter wereld zit.”

 

Zijn eerste indruk van Nicaragua was ontzettend positief: “helemaal wauw. Wat een land! Wat sociaal, hartelijk, ze helpen elkaar echt.” Het was een soort roes en droom die iedereen van de bouwbrigade had. Jan Willem is daar behoorlijk van op teruggekomen: “de schijn is heel erg groot. Daarom ben ik ook wel iets te negatief gaan denken en doorgeslagen naar de andere kant. Vriendelijk en aardig zijn zit er hier ingebakken maar er zitten vaak bijbedoelingen aan. Nicaraguanen kunnen werkelijk ontzettend doen dat je ze gelooft terwijl het vaak niet waar is.” Dit betekent overigens niet dat Jan Willem de Nicaraguanen als ontzettende bedriegers of leugenaars ziet: “één en al corruptie is het ook niet… Nicaraguanen zijn heel erg goed om dingen te zeggen die ze niet menen. Ze zijn er ook van overtuigd dat dat moet, dat het onbeleefd is om het niet te doen."

 

Jan Willem vermoedt dat het deels te maken heeft met het onderwijs dat in Nicaragua wordt gegeven: “mensen leren niet op school om zelf na te denken. Ze kennen hele lappen tekst zonder te weten wat er in staat.” Met het internet zijn de kopieermogelijkheden alleen maar toegenomen en Jan Willem wordt ook regelmatig door mensen benaderd om schoolopdrachten te doen: “ze willen daar ook best voor betalen. Het is vrij algemeen aanvaard dat familieleden opdrachten in naam van doen.” Jan Willem is zelf echter nooit slecht behandeld in Nicaragua: “sommige dingen gaan er vreselijk makkelijk en andere dingen lijken er onmogelijk.”

 

Als Nederlanders kunnen wij volgens Jan Willem van de Nicaraguanen leren om soepeler met tijdsschema’s te zijn: “in Nederland is het erg het andere uiterste. Alles ligt op de minuut vast, je weet al wat je over twee, drie weken gaat doen. Daardoor gaat veel spontaniteit van het leven af.” Ook kunnen wij van de Nicaraguanen leren om soepeler met onverwachte gebeurtenissen om te gaan: “als er iets niet volgens schema loopt, dan is de Nederlander helemaal van slag terwijl de Nicaraguaan eraan gewend is. Ze zijn zoveel beter in improviseren.” Toch gelooft Jan Willem, dat op macroniveau, de Nederlandse samenleving beter werkt. “In Nicaragua wordt veel energie verstookt, en verzandt het vaak in totale wanorde.”

 

Een bijzondere anekdote waarin het verschil tussen de Nederlandse planning en de Nicaraguaanse wanorde goed zichtbaar is vond 10 jaar geleden plaats toen Jan Willem met een vriend vanuit Rama per boot naar het caribische Bluefields wilde reizen. De boot was iets te laat en de kade stond vol met mensen die met de boot mee moesten. “De spullen werden direct ingeladen terwijl iedereen op de boot er nog af moest. Die zak werd daar neergesmeten en die spullen daar. Hierdoor kon de boot toch nog vroeger weg. Ondanks of dankzij de Nicaraguaanse totale chaos ging het lossen en laden erg snel.”

  Ontwikkeld door Quicksolve BV
Stichting Vriendschapsband Leiden - Juigalpa - infosvlj@gmail.com