25 jaar SVLJ: interview met Marianne Mathijssen
Marianne Mathijssen is docente Spaans bij de afdeling toerisme van het ROC Leiden en kwam in 1997 in contact met de SVLJ toen deze haar school vroeg om contact te leggen met een middelbare school in Juigalpa. “Het leek mij leuk om hier aan mee te werken omdat het mij de mogelijkheid bood om mijn leerlingen iets te laten doen met het Spaans.” In 1998, toen de orkaan Mitch in Nicaragua huishield, begon het ROC met zijn eerste geldinzamelingsactie, ten bate van de slachtoffers. “Dat was de start van een langdurige band”. Sinds die eerste kennismaking in 1997 is Marianne als vertegenwoordiger van het ROC bij de SVLJ actief en zijn er veel geldinzamelingsacties voor Juigalpa op haar school gevolgd, m.n. voor de Escuela Politécnica, een school voor beroepsonderwijs.

 

In 2000 bezocht ze Nicaragua en de Politécnica voor het eerst. Het meest opvallende van dit bezoek vond ze de stroom van kinderen in schooluniform: “Er was een zee van kinderen op de scholen en op de straten. Zoveel kinderen, allemaal in uniformen, allemaal onderweg naar school of weer naar huis. Zoiets zie je in Nederland niet." Het platteland van Juigalpa deed haar armoedig aan en herinnerde haar aan het Nederland van de jaren 50: Er waren veel ongeplaveide wegen, weinig auto’s en veel mannen te paard. Veel huizen waren gemaakt van houten palen en bedekt met plastic zeil in plaats van een dak. Internet en computers waren er nauwelijks. Mobiele telefoons hadden ze wel.”

 

Afgelopen zomer bezocht Marianne Nicaragua opnieuw. Dit keer zag ze meer van het land dan destijds, zoals San Juan del Sur, Granada, Ometepe en León. Ze merkte een duidelijk verschil met 2000 op: “we hebben in de grote steden in heel goede, moderne hotels gelogeerd, identiek aan die in Europa, met warm stromend water , goede service en alle mogelijke voorzieningen. En we hebben in restaurants gegeten die je ook zo in Nederland zou kunnen tegenkomen. Ook het wegennet is veel beter geworden. Daarnaast zag ze meer stenen huizen dan voorheen, die ook netjes waren geverfd: “ik zag duidelijk dat er meer welstand is. Er is wel een groot verschil tussen de stad en het platteland."

 

Tegelijkertijd merkte ze op dat de armoede nog niet is verdwenen: “in de steden is er een onderklasse die je vooral ziet als je op de markt komt. Ook zijn er veel tienermoeders zonder werk en zonder man, en vaak hebben ze veel kinderen."

 

Tijdens dit verblijf bezocht ze opnieuw de Politécnica: “het gebouw is veel groter geworden en zag er van buiten heel goed uit, met uitzondering van de wc’s”. Marianne grapt dat dit laatste wel eens een nieuw project zou kunnen worden. Ook qua inhoud zag ze een ontwikkeling. Waar de Politécnica in 2000 een heel kleine school was voor volwassenen en kinderen, is deze anno 2013 een school geworden voor volwassenen en is er tevens geïnvesteerd in opleidingen voor volwassenen. “Veel vrouwen zijn toch alleenstaande moeders. De Politécnica biedt hen cursussen aan waarmee ze leren te voorzien in hun levensonderhoud. Het gaat hier vooral om traditionele opleidingen zoals kapster, koken, naaien, bakken enzovoort. Vrouwen hebben vaak piepkleine bedrijfjes op deze gebieden. Voor mannen zijn er cursussen houtbewerking, elektriciteit en solderen.” Marianne vond het jammer om te merken dat de cursus voor loodgieter, waarvoor op het ROC geld is ingezameld, niet langer bestond. “Dat is jammer. Er zou minder behoefte aan zijn en er was geen leraar meer voor het vak“. Ze was echter blij verrast door de nieuwe ondernemerscursus: “een heel goed ontwerp zodat de leerlingen ook kunnen leren hoe ze hun eigen bedrijfje kunnen voeren."

 

Op de vraag wat wij Nederlanders van Nicaraguanen kunnen leren, roemt zij het vermogen tot recyclen: “alles wordt gerecycled, heel milieubewust. Ze maken overal nieuwe dingen van." Ook viel haar de band met de natuur op: “ze zijn heel erg gehecht aan de natuur, dat zie je vooral op het platteland maar ook in de stad. Ze hebben kennis van dieren en planten en gebruiken allerlei planten als medicijn. Ze staan veel dichterbij de natuur." Ook de gastvrijheid is haar bijgebleven: “in steden als León en Granada val je als buitenlander duidelijk op. Ze willen je er van alles verkopen maar vinden het ook interessant om met je te praten. Ze zijn overwegend arm maar ze maken er wel wat van."

 

Een bijzondere ontmoeting vond plaats op Ometepe, toen ze samen met haar man een klein museum bezocht van archeologische vondsten in het stadje Altagracia. Ze raakten in gesprek met de directeur: “dat was wel interessant. Hij vertelde veel over allerlei aspecten van Nicaragua. Daarna heeft hij ons meegenomen naar zijn huis waar hij nog nieuwe vondsten had liggen. Hij heeft ook boeken geschreven over Ometepe en is allerlei internationale banden aangegaan zoals met het Louvre in Parijs. Het was een heel bijzondere ontmoeting." Ook het bezoek aan het oude León maakte indruk: “het huidige León ligt op een andere plek dan de oorspronkelijke stad. Deze was door de Spanjaarden pal aan het meer van Managua gesticht. Op een gegeven moment is de vulkaan Momotombo uitgebarsten en heeft het oorspronkelijke León helemaal bedekt met as. Dat is nu opgegraven. Het lag op een schitterende plek, maar men had geen rekening gehouden met de vulkaan."

 

Marianne is van plan om nog heel lang door te gaan met haar werk voor de SVLJ. Door de komst van computers, internet en programma’s als Skype is het contact met de Politécnica in Juigalpa makkelijker en bereikbaarder geworden: “dat scheelt enorm en zelf wil men daar ook graag meer contact en op deze digitale manier."

 

Ter gelegenheid van het 25-jarige jubileum van de SVLJ bezocht een Nicaraguaanse muurschilderes afgelopen week het ROC: “zij heeft met leerlingen van ons geschilderd. Hierdoor hebben we bekendheid aan het land gegeven. Ze weten nu waar Juigalpa en Nicaragua liggen!!"

  Ontwikkeld door Quicksolve BV
Stichting Vriendschapsband Leiden - Juigalpa - infosvlj@gmail.com